Ik weet niet of je mij na deze column, nog aardig vindt maar ik vind het belangrijk dat je de echte Peter kent.

Als ik met iemand in de rij van de supermarkt sta, kijk ik altijd rustig rond en kijk wat mensen gaan eten en drinken. Soms ga ik mij ermee bemoeien Je weet dat bij meer dan 11 dropjes, je aderen dichtslibben, je dood gaat van de pijn en benauwdheid? O is niet bekend bij je? Kassabon, ja graag. Je gaat thuis narekenen?

Een man met vrouw vind ik bijzonder In de supermarkt. Man duwt, pakt aan wat de vrouw aangeeft. Vorige week stond er zo’n duo bij de kassa en had mijn extra aandacht maar dat had een voorgeschiedenis.

Bij de wijnen zag ik die man uit de rij staan. Angstig keek hij om zich heen, zoekend naar de geschäftsführer, zijn vrouw. Hij had een flink moment, kijkt naar een wijn, leest het etiket en ik hoorde hem zeggen, lekker. Hij legt de wijn in zijn kar en dan komt de geschäftsführer in actie. Zij pakt de wijn en zegt, je hebt nog thuis liggen en legt de wijn terug. Mag niet fluister ik hem in zijn oor.

Terug naar de rij, de persoon die bij mij is, kent mij. Zij ziet mijn blik en zegt, je houdt je mond, laat iedereen met rust. Tuurlijk schat, dag mijnheer en ik stoot de heer van de wijn aan. Hij staat schuin voor mij in de andere rij.

Ach denk maar, er komen hopelijk betere tijden, na de 2de Wereldoorlog zijn ze ook allemaal het gevang in gegaan, geschäftsführers.

Wat zei hij hoor ik haar zeggen? Niets alleen dat het lang wachten is. De vrouw kijkt mij aan van, ik vertrouw je niet maar zij gaat verder met het uitladen van haar boodschappen die hij aangeeft.

He, hè dat is leuk, Peter hou je in hoor ik nog maar ik had de heer alweer aangetikt. De man had een pakje in zijn hand en dat pakje herkende ik van een TV reclame, 1/3 van de vrouwen hebben er last van. Ze lekt, nu ook vroeg ik aan hem.

Een glimlach kwam op zijn gezicht. Ik pakte dat pakje uit zijn hand en begon voor te lezen. Naast mij hoorde ik, Peter waarom, ik ga naar huis! Mooi zei ik maar ik denk dat iedereen hier naar huis gaat.

De geschäftsführer hoorde inmiddels ook mijn voordracht. Haar ogen flitste tussen mij en hem.

Peter! hoor ik nog naast mij maar de veldslag bij Waterloo was aanstaande.

Een stap achterwaarts deed ik. Harrie waarom doe je zo, waarom ben je zo opstandig hoorde ik de geschäftsführer zeggen. Zij greep hem bij zijn keel en met haar andere hand vol in zijn …ik voelde zijn pijn in mijn lichaam. Zij legde hem op de afrekenband, daar lag Harrie. De kassiere hoorde ik zeggen, wilt u koopzegels? Schat zei ik, heb je afgerekend want het is nu tijd dat wij naar huis gaan.